Bonifatiusdag Dokkum 

Middeleeuwse Bonifatiusbedevaart 

De Heilige Bonifatius en 52 ‘gezellen’ ondergingen op Pinksterzondag 5 juni 754 de marteldood bij een missietocht onder heidense Friezen in het noordelijk kustgebied.  De heiligverklaring in 766 door de paus in Rome leidde tot de trek van middeleeuwse pelgrims naar de kerk van een Norbertijner abdij in Dokkum. Acht eeuwen pelgrimage eindigde eind 16e eeuw bij de protestantse Reformatie en de 80-jarige oorlog van de Nederlanden tegen de katholieke Spaanse koning Filips II. Verering van de heilige Bonifatius leefde voort in de besloten kring van een katholieke schuilkerk in de stad.   

Het ‘wonder van de bron’ - 1

Het doel van middeleeuwse Bonifatiuspelgrimage in Dokkum was niet het graf van de heilige. Na zijn dood werd Bonifatius begraven in zijn klooster in het Duitse Fulda. De Bonifatiusverering in Dokkum richtte zich eeuwenlang op het ‘wonder van de bron’: een open zoetwaterbron voor het altaar in de abdijkerk op de terp van Dokkum. In 766 was dit wonder in het zoute kustgebied beschreven in de eerste beschrijving over Bonifatius’ leven en werk. Archeologische opgravingen in de 20e eeuw hebben op die plek een put teruggevonden. Het oorspronkelijke houten kerkje, over de bron gebouwd, groeide in acht eeuwen tijd uit tot een groot Norbertijner kloostercomplex op de terp waar zich later ‘Docchyngirica’ (= ‘kerk van Docko’) ontwikkelde. Na afbraak van het klooster en de abdijkerk in 1588-1589 wordt in de 20e eeuw ‘het wonder van de bron’ opnieuw leidraad voor Bonifatiusverering in Dokkum.  

Herleving van ‘nationale’ Bonifatiusbedevaarten

Herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland - in 1853 - en bouw van een nieuwe katholieke parochiekerk in 1876, scheppen nieuw perspectief voor Bonifatiusverering in het noorden.  De verering van Bonifatiusrelieken in een zijkapel van de nieuwe parochiekerk bleef beperkt tot pelgrimages rond 5 juni, de sterfdatum van Bonifatius, door Friese en Groningse parochies. Parochianen en de pastoor van Dokkum begin jaren ’20 brengen een ‘nieuwe’ historische zoetwaterbron in beeld, die vlak buiten de stadswallen lag. De krachtige bron is minstens zo oud als Bonifatius en fungeerde eeuwenlang als drinkwatervoorziening voor burgers en bierbrouwers van de stad. In 1863 was de bron door de laatste bierbrouwers geschonken aan het gemeentebestuur van Dokkum.  Aankoop door de katholieke kerk van enkele hectares grond, grenzend aan de bron, schiep ruimte voor een nieuwe pelgrimsdestinatie voor Bonifatius. Met opnieuw een eeuwenoude zoetwaterbron als trekpleister.  

Actie voor dit doel werd gevoerd door de ‘Broederschap Sint Bonifatius en Gezellen’, in de beginjaren ’20 opgericht in Dokkum voor herleving van de bedevaart als landelijk initiatief. In 1925 wordt een stijlvol Processiepark aangelegd. Door tekortschietende fondsen wordt echter een versoberde versie gerealiseerd.  De actie krijgt steun van pater Titus Brandsma, adviseur van de Utrechtse aartsbisschop, die in 1924 met Friese collega-priesters een voettocht hield van Zwolle naar de bron bij Dokkum. 

Het wonder van de bron – 2

Volgens een tweede heiligenlegende over het ‘wonder van de bron’, trokken Bonifatius en ‘gezellen’ door het kustgebied van de Friezen.  Ze hebben dorst, maar vinden geen zoet drinkwater in de zilte natuur.  Bonifatius slaat met zijn bisschopsstaf op de grond, waarop ter plekke spontaan een zoetwaterbron ontspringt. Dit wonderverhaal, evenals de moordaanslag en overval op de heilige, kan zich ook hebben afgespeeld in landerijen ‘bij Dokkum’ concludeert Titus, na persoonlijk onderzoek in de stad en omgeving. De tweede legende legitimeert de bron buiten de stad als nieuwe pelgrimsbestemming van Bonifatiusbedevaarten. Processies op de openbare weg waren in die tijd echter niet toegestaan. De katholieke kerk koopt dan grond bij de zoetwaterbron voor aanleg van een Processiepark.  Een park dat sindsdien bestempeld werd als ‘Martelarenveld’ met de suggestie dat de moord op Bonifatius’ en gezellen door de Friezen ‘bij Dokkum’ hier had plaatsgevonden. De bron komt bekend te staan als Bonifatiusbron, maar blijft als drinkwatervoorziening publiek eigendom van de gemeente. Vanaf 5 juni 1926 wordt dit jaarlijks het doel van nationale Bonifatiusbedevaarten: het Processiepark en de eeuwenoude bron als nieuw authentiek pelgrimsoord ‘bij Dokkum’.  Zo’n 1500 tot 2000 bedevaartgangers komen bij elkaar voor een processieloop met Bonifatiusrelieken in het park met gelovigen, misdienaars, de aartsbisschop en pastoors. De gezamenlijke viering is in een tent met een mobiel altaar, opgesteld in een hoek van het park. Katholieken uit het hele land, komen eropaf.  

Titus’ betekenis voor de Bonifatiuskapel

De herleving van Bonifatiusbedevaarten blijken een succes. Acht jaar later volgt in 1934 de bouw van de Bonifatiuskapel in het Processiepark. Een minder weergevoelig onderkomen in plaats van de tent met mobiel altaar in het Bonifatiuspark. De kapel met een halfopen dak biedt plaats aan ruim 1600 toeschouwers, op banken in een amfitheatervorm rond het altaar. Het halfopen dak met binnentuin biedt verbinding met de natuur en buitenlucht als pelgrimsbeleving. De kapel is een uniek ontwerp van architect Hendrik Willem Valk, geïnspireerd door Titus Brandsma als kenner van de Bonifatius- en Friese kloosterhistorie. De neo-romaanse bouwstijl roept associaties op met middeleeuwse kloosters uit de tijd van Bonifatius. Met kleine glas-in-rood ramen, zonder spitsbogen, veel houten binten en ongepleisterde ruwe stenen op het formaat van middeleeuwse ‘kloostermoppen’. De ‘kloosterrondgang’ binnen is functioneel voor bezoekers en processies bij vieringen.

Titus’ kruisweg in het Processiepark

In het Processiepark zijn van gele middeleeuwse kloostermoppen is de kruisweg verbeeld in de vorm van stenen kapelletjes met moderne beeldtaferelen in majolica keramiek. Gemaakt door kunstenaar Jac Maris, een bevriende katholiek kunstenaar van Titus Brandsma. Oorspronkelijk was het zelf lopen van de kruisweg van Christus in Jeruzalem het vroegste christelijk pelgrimsideaal. Verbreiding van kerk en geloof in Europa stimuleerde sinds de 12e eeuw een alternatieve pelgrimstraditie door de kerk: op Goede Vrijdag voor Pasen, de dag van de kruisiging van Jezus.  Door tussenkomst van de Tweede Wereldoorlog realiseerde Jac Maris pas na de oorlog deze kruisweg, die in 1949 in het Processiepark wordt geplaatst.   Statie 12 van de kruisweg, de lijdende Christus aan het kruis, gaf hij in 1949 een gedicht van Titus Brandsma mee: ‘O Jezus als ik u aanschouw’. Een gedicht wat schreef bij zijn verblijf in de strafgevangenis van Scheveningen na gevangenneming door de Duitse Sicherheitsdienst in 1942. Statie 12 in het Processiepark fungeert na de oorlog als een ‘In memoriam’ voor Titus die 26 juli 1942 om het leven kwam in concentratiekamp Dachau. Vanwege zijn kritische houding tegenover het Duitse Nazibewind en zijn principieel opkomen voor persvrijheid in Nederland. 

Van bedevaart naar bisdomdag 

Sinds 1956 maakt de parochie Dokkum niet meer deel uit van het aartsbisdom, maar valt onder het nieuw opgerichte bisdom Groningen-Leeuwarden. De deelname aan de Bonifatiusbedevaarten daalt echter in de jaren ’60 onder de invloed van de welvaartsamenleving en groeiende ontkerkelijking. De bedevaart gaat over in een jaarlijkse ontmoetingsdag rond 5 juni van het noordelijk bisdom: de Bonifatiusdag. Nu met een Bonifatiusprocessie door de binnenstad met een Bonifatiusrelikwie uit de parochiekerk en een viering in de Bonifatiuskapel met bisschoppen en pastores. In 1962 onthult prinses Beatrix een standbeeld van Bonifatius bij de bron op initiatief van de gemeente. Beeldhouwer Frans Bolhuis verbeeldt hier een oudere Bonifatius als bisschop en martelaar, die een boek boven zijn hoofd houdt ter bescherming tegen zwaardslagen van aanvallende Friezen.  Een 8e eeuws boek met zwaardslagen in de kaft, wordt in Fulda ook als Bonifatiusrelikwie bewaard. Het beeld bij de bron in Dokkum staat model voor de afbeelding van Bonifatius als patroonheilige van het noordelijk bisdom. Op de sokkel staat een tekst in het Latijn: ‘Hier werd Bonifatius het levenslicht ontnomen – 754 – Hier ging voor de Friezen het licht van het evangelie op’.  Aan het beeld in Dokkum is bijgedragen door de gemeente, de katholieke kerk, ondernemers en burgers van de stad

1990: Het ‘wonder van de bron’ – 3

In 1990 brengt een eigentijd ‘wonder van de bron’ nieuwe impulsen voor de bron en kapel als plaats van heling, bezinning en devotie. Onderdompeling in het bronwater van een jong kind met hardnekkige kinkhoest, brengt volgens de ouders de volgende dag een wonderbaarlijke genezing  teweeg. Landelijke publiciteit, door de ouders gezocht, brengt een golf van genezingzoekers op gang naar de bron in Dokkum. De Groningse bisschop Bernard Mӧller reageert: ‘Het is niet aan de kerk om een gebeurtenis als deze tot een bovennatuurlijk wonder te verklaren. Maar als gelovigen dit als een wonder ervaren dient de kerk dat te respecteren.’  Toestroom van bezoekers en nieuwe publieke bekendheid van de kapel en de bron brengt nieuw kerkelijk en maatschappelijk gebruik van de kapel op gang in de loop der jaren. In de zomermaanden een wekelijkse een viering in de stilte kapel binnen, open voor alle bezoekers. Naast de jaarlijkse Bonifatiusdag van het bisdom ontstaat via de Raad van Kerken in Dokkum de jaarlijkse traditie van oecumenische Pinksterviering in de kapel. De gemeente draagt bij aan kosten van het parkonderhoud in ruil voor dagelijkse openstelling voor publiek van het Processiepark. 

Bij de 1250-jarigeherdenking van de moord op Bonifatius in 2004, schenkt het bisdom een standbeeld van Titus Brandsma in het Processiepak als een eigentijds heiligenbeeld gemaakt door de Groningse kunstenares Natasja Bennink. Zij verbeeldt de religieuze en sociale betekenis van Titus als Karmelitaanse priester en monnik: devoot, delend en troostend tussen de mensen.     Gemeentelijke renovatie in 2008 zorgt voor een betonnen trap in de bron, zodat bezoekers veilig met het bronwater in contact kunnen komen.  De Bonifatiuskapel krijgt status als toeristische en religieuze bezienswaardigheid in Dokkum, via de eeuwenoude bron verbonden met de oorsprong van de havenstad aan het wad. Nieuw cultureel gebruik van de kapel ontstaat, zoals verhuur voor concerten en gastlezingen, publiekstheatervoorstelling over Bonifatius (2012, 2014) en Titus Brandsma (2019).  Dankzij een Beheers commissie van de Pax Christi Parochie in Dokkum maken vrijwilligers het hele jaar bezoek en rondleiding mogelijk voor zowel katholieke bedevaartgroepen als cultuurtoeristisch geïnteresseerden.   Bij de heiligverklaring van Titus Brandsma in 2022 door paus Franciscus is de kleine kapel binnen omgedoopt tot ‘Titus Brandsma Pelgrimskapel’. Eigentijdse kruiswegmeditaties en een kruisweglied, bieden door een audiotour op mobiele telefoon elke dag bezoekers de mogelijkheid van een individuele kruiswegbeleving in het Processiepark van de Bonifatiuskapel.